Ontwikkelinggericht samen onderzoeken. Onze visie op onderwijsonderzoek ligt besloten in het motto van het Kempellectoraat: ‘Samen kennis ontwikkelen en delen is samen kennis vermenigvuldigen in voortdurende verandering’. Het Griekse symbool delta, staat voor die verandering en vult voor het Onderzoekscentrum het Kempellogo aan. Ons onderzoek is dan ook steeds praktijkgericht en heeft altijd te maken met onderwijsontwikkelingen.
Ontwikkelingbegeleidend onderzoek. Omdat het praktijkgerichte onderzoek tot doel heeft antwoorden te vinden op vragen rond (voorgenomen) onderwijsontwikkelingen noemen we dit ontwikkelingbegeleidend onderzoek. Afhankelijk van de aard van de ontwikkeling en de aanpak van het onderzoek, is de onderzoeker zelf wel of geen deelnemer aan de onderzochte onderwijsontwikkeling.
De ROTOR cyclus als kern van een denk- en handelingsmodel. Onderzoek is voor ons een gestructureerde manier van werkend en lerend gegevens verzamelen voor antwoorden op systematisch gestelde vragen met als doel ontwikkelingsproblemen of probleemvragen op te lossen. Onze aanpak baseren we op de ROTOR-cyclus (zie ook ...pdf). Deze cyclus omvat een denk-, probeer- en leermodel met vijf stappen:1. Retrospectie. Vanuit het handelen reflecterend terugkijken. Wat is er aan de hand?2. Ontwerpen. Hoe ziet de gewenste onderwijsontwikkeling eruit naar doel, inhoud en vorm?3. Toepassen. Hoe passen de mensen in de dagelijkse praktijk het beoogde ontwerp toe?4. Onderzoeken. Wat zijn in de praktijk de belemmerende en bevorderende elementen?5. Reflecteren. Tot welke conclusies voor het handelen leiden de onderzoeksresultaten?
ROTOR ervaringen "Als ik de ROTOR had gekend bij de aanvang van mijn studie op de opleiding, dan had ik zaken heel anders aangepakt!" schreef een alumna van de lerarenopleiding.Deze alumna heeft tijdens haar masterstage en masteronderzoek op de lerarenopleiding met de ROTOR gewerkt. Haar uitspraak toont de noodzaak tevoren na te denken over manieren waarop je als onderzoeker een onderwijsontwikkeling of als lerende je eigen ontwikkeling op een bewuste en verantwoorde manier kunt helpen en ondersteunen.
- Op deze manier blijft het hangenEllen van de Ven is tweedejaars voltijdstudent. Ze heeft onlangs haar onderzoeksopdracht ‘In hoeverre en hoe is er in de praktijk sprake van sociaalconstructivisme?’ volgens de ROTOR-cyclus afgerond. Het was voor haar een eye-opener. “Dit wil ik echt meenemen in m’n loopbaan.” “Ik heb er echt veel van geleerd. Door dit onderzoek, wat acht weken duurde, begrijp ik dingen opeens. Zie ik dat ik in de klas eigenlijk veel te snel heb gestraft; ik kan beter meer belonen. Dit blijft hangen.”- Een razendsnelle vertaalslag“Je begint met de retrospectie (R): wat is sociaalconstructivisme eigenlijk? Je duikt de theorie in, gaat artikelen lezen en krijgt specifieke colleges over het onderwerp. Dan komt de ontwerpfase (O). Je gaat na wat voor een vragen je kunt stellen om er achter te komen of er sprake is sociaalconstructivisme. Wat komt er wel of niet terug? Vervolgens ga je het toepassen (T). Ik heb besloten om een rekenles van mijn mentor te observeren en hem vervolgens daarover te interviewen om erachter te komen of bepaalde handelingen bewust of onbewust waren en heb om verheldering gevraagd. Daarna kwam het echte onderzoek (O). De informatie die ik verzameld had, heb ik geanalyseerd door de scores in percentages om te zetten (hoe vaak was er sprake van een bepaalde handeling) en het interview na te pluizen op betekenisvolle tekstfragmenten. En dan volgt de reflectie (R). Conclusies trekken dus. Maar dat niet alleen, want op basis van mijn conclusies heb ik zelf een eigen rekenles ontworpen. En die zag er dus heel anders uit dan mijn lessen voor het onderzoek. Onvoorstelbaar eigenlijk hoe snel je op deze manier de theorie naar de praktijk weet te vertalen. Je vraagt je heel direct af van ‘wat betekent dit nu voor mij als leerkracht en wat betekent dit voor mijn les?’. Het gaat leven, ik weet nu gewoon dat ik in ieder geval elementen van het sociaalconstructivisme wil laten terugkomen in mijn lessen. Zie dat maar met alleen een theorieboek te bereiken.”- “Het heeft onze school veel gebracht”Sraar Berkens is directeur van de Basisschool Kleinerf in De Mortel. De contacten met Hogeschool de Kempel zijn intensief doordat de school deel uitmaakt van de kenniskring van het Kempellectoraat ‘Leren in leerwerkgemeenschappen’. Hij is zeer enthousiast over de resultaten die in de afgelopen vier jaar bereikt zijn en is blij dat de aanpak zeer pragmatisch kon worden toegepast.“Als je met een nieuwe manier van werken begint en dat ook wetenschappelijk onderbouwd wilt zien, kun je het wel van bovenaf opleggen en ingewikkeld maken, maar dat werkt niet. In ieder geval niet op onze school. Leerkrachten zijn vaak doeners, dus die willen aan de slag. En zo precies is het hier verlopen. We hebben een aantal geweldige Kempelstudenten gehad die de kar gingen trekken. Ze kwamen met goede en realistische ideeën om veranderingen door te voeren en wisten dat uitstekend te brengen. Binnen de kortste keren waren we bezig met opbrengstgericht werken in kleine groepjes, met zelfreflectie en feedback, met de ROTOR-systematiek, instructiemodellen, pop’s et cetera. Alleen…. zo hadden we het nog niet benoemd. De hele theoretische achtergrond hebben we in het begin wat achterwege gelaten en het gewoon vertaald naar de praktijk. Met als gevolg dat de mensen zelf eigenaar worden van het proces. De verandering ligt dan op de werkvloer en het had direct effect. Je zag de leerlingen en leerkrachten groeien. Daarna hebben we uiteraard voldoende aandacht besteed aan het ‘wetenschappelijk kader’ en de achtergronden. En dat kostte geen enkele moeite meer, het werd als het ware een ‘feest van herkenning’.”- Prima band“Nu hebben we voor het vierde jaar meegedaan en de resultaten zijn echt geweldig. Er is duidelijk een toename in welbevinden van zowel de leerkrachten als de leerlingen. De sfeer op school is verbeterd, ik zou bijna zeggen dat er nu sprake is van één grote familie. Het vertrouwen tussen leerling en leerkracht is gegroeid, mede doordat er bewust naar elkaars mening wordt geluisterd en er samen naar oplossingen wordt gezocht. We zijn veel beter op de hoogte van de vorderingen die de leerlingen maken. En die vorderingen zijn er: onze cito-scores op het gebied van spelling, lezen en rekenen hebben progressie gemaakt. Dan nog de organisatorische zaken; we hebben nu één format voor de verslaglegging, een vast instructiemodel en een duidelijke werkwijze bij het opstellen van de groepsplannen. Om maar wat voorbeelden te noemen. Kijk daar gaat het natuurlijk allemaal om. Het meedraaien in de kenniskring heeft onze school ontzettend veel gebracht, mede dankzij de intensieve begeleiding vanuit De Kempel. Als je dus maar met beide benen op de grond blijft staan.”
Bron: Kempelkrant 15, 4e jaargang, nr. 5, april 2011 (zie ... pdf).